|
Zoals elke sport, heeft ook lacrosse regels waar alle spelers zich aan moeten houden. Er zijn 3 scheidsrechters die daar op toezien, een 4e is de timekeeper en houdt de tijd en penalty’s bij.
Voor mannen Lacrosse zijn er de volgende regels van toepassing
Technical Fouls
Holding: Houdt in dat een speler met zijn handen of stick de tegenstander of de stick van de tegenstander vasthoudt.
Interference: De speler belemmert opzettelijk de vrije doorgang van een tegenstander die niet de bal bij zich heeft.
Offside: Tijdens een wedstrijd moeten te allen tijden vier spelers op de verdedigende helft van het team staan, en minimaal drie spelers op de aanvallende helft. Gebeurt dit niet (casus: er loopt een Defender naar de aanvallende helft, op zijn verdedigende helft staan nu twee Defenders en een Goalie) dan wordt offside gefloten.
Pushing: Een speler duwt de tegenstander niet hard in de rug.
Stalling: Een speler of een heel team vertraagt het spel om een voorsprong te behouden en de tegenstander te frustreren (casus: in het vierde quarter staat Team Blauw met 9-8 voor en besluit de bal op de verdedigende helft almaar over te gooien, zonder een aanval uit te voeren).
Illegal start: Een wingman rent voor het fluitsignaal over de wingline.
Time Delay: Een Goalie heeft de bal in zijn stick en blijft langer dan vier seconden in de crease staan.
Warding: Een baldrager houdt zijn stick met een hand vast en gebruikt zijn andere hand om de tegenstander weg te duwen.
Personal Fouls
Slashing: Een speler slaat zijn tegenstander niet op de handen die de stick vasthouden, of met de bedoeling zijn tegenstander te blesseren.
Tripping: Een speler laat zijn tegenstander opzettelijk struikelen.
Crosschecking: Een speler voert een check uit met zijn handen, maar heeft de handschoenen niet tegen elkaar aangedrukt.
Unsportsmanlike conduct: Een speler vloekt of scheldt op het veld, of discussieert met de scheidsrechter.
Unnecessary roughness: Een speler gebruikt (veel) meer kracht dan nodig is om de bal te verkrijgen (casus: Speler checkt op twee meter van een opgezet hockeydoel buiten het veld, legaal de baldrager, waardoor deze tegen het hockeydoel aanvalt)
Illegal bodychecking: Bodychecken van de tegenstander tegen het hoofd, in de rug, onder de heupen of als de tegenstander verder dan 3 meter van de bal verwijderd is.
Illegal stick: De stick is op zo'n manier gemaakt dat het moeilijker wordt de bal te verkrijgen (casus: de pocket van de stick is te diep)
Illegal Equipment: De handschoenen zijn aangepast op zo'n manier dat het de veiligheid van de speler in gevaar brengt.
Hier zie je het complete overzicht van alle regels (engels)

|